Reflectievragen ouders en verzorgers

1. Hoe kijk ik naar de verhouding tussen de thuissituatie en de schoolse context van leerlingen? Welke mogelijkheden, moeilijkheden, spanningen zie ik daar?
Kan ik alle ouders (in hun diversiteit) erkennen en waarderen als de ‘eerste opvoeders’ van hun kinderen? Wanneer merk ik dat dit gemakkelijk of moeilijk is?
In welke situaties kan ik zeggen dat ik begrip toon voor de onmacht en de kwetsbaarheid van ouders?
Hoe probeer ik fijngevoelig maar eerlijk ouders te informeren over de ontwikkeling van hun kind? Wat is daarbij moeilijk?
Hoe garandeer ik een discrete omgang met persoonlijke informatie van leerlingen en ouders?

2. Op welke wijze probeer ik de betrokkenheid van de ouders bij het klas- en schoolgebeuren te stimuleren? Kan elke ouder zich veilig en welkom voelen? Hoe zorg ik daarvoor?
Hoe blijkt dat ik op een aandachtige wijze omga met de (formele en informele) gelegenheden waarop ik ouders van leerlingen ontmoet? Vind ik het soms moeilijk om op een goede manier om te gaan de informele gelegenheden waar ik de ouders van leerlingen ontmoet? Wat maakt dat moeilijk?
Ga ik ook met ouders in dialoog rond de thematiek van opvoeding en onderwijs? Bij welke gelegenheden?

3. Kan ik zeggen dat ik op een open en respectvolle manier communiceer met ouders? Waarom?
Wat maakt die communicatie gemakkelijk/ moeilijk? Wat draag ik bij om de drempels in de communicatie met ouders te verlagen?
Op welke wijze probeer ik toekomst van het kind voor ogen te houden in mijn communicatie met ouders?
Lukt het goed om heldere afspraken te maken met ouders? Welke elementen helpen of hinderen daarbij?

 

<< Terug naar overzicht reflectievragen