Kerkelijk denken over opvoeding en onderwijs

Het kerkelijke denken over opvoeding en onderwijs vertolkt iets van de wijze waarop de kerk als geloofsgemeenschap de pedagogische kracht van de Schrift en van Christus begrijpt en vorm geeft. Het gaat over concilieteksten, teksten van de Vaticaanse Congregatie voor de Katholieke Opvoeding, bisschoppelijke verklaringen … Deze zijn geen onfeilbare uitspraken, maar vormen richtingaanwijzers om te denken over de opdracht en de eigenheid van een katholieke school.

Enkele voorbeelden:

De verklaring Gravissimum Educationes (1965) beschrijft de groeiende noodzaak van opvoeding en vorming in een wereld die steeds sneller evolueert1.  Emancipatie, wetenschap, technologie, vrije tijd, mobiliteit en communicatie maken nieuwe wegen begaanbaar. Precies die nieuwe mogelijkheden vereisen onophoudelijk opvoeding, scholing en vorming om richting te geven aan de vrijheid. 

  • Hoe kunnen leerkrachten vandaag kinderen en jongeren begeleiden om te midden van zoveel mogelijkheden goede en kritische keuzes te maken, om sterke persoonlijkheden te worden?

In ‘The Catholic school on the threshold of the third millennium’ (1997) wordt de vraag gesteld hoe de katholieke school haar voorkeursoptie voor de kwetsbare medemens kan realiseren in confrontatie met de ‘nieuwe’ armen2. De hedendaagse samenleving kent immers veel armen, niet alleen in de materiële zin van het woord. Kinderen uit gebroken gezinnen, jongeren met een drugsproblematiek, kinderen en jongeren die opgroeien zonder echt toekomstperspectief en zonder kansen op volwaardige deelname aan de samenleving.

  • Welke concrete rol kan een leerkracht spelen om te zien welke leerlingen ook vandaag kwetsbaar in het leven staan? Heeft hij/zij oog voor verschillende (‘nieuwe’) vormen van kwetsbaarheid? Hoe kan de leerkracht deze kinderen en jongeren toch ondersteunen in hun proces van ‘menswording’?

Verscheidene publicaties van het Vaticaan spreken over de ouders als ‘eerste opvoeders’ 3 en over de wederzijdse verantwoordelijkheid tussen school en gezin4 . Ze kunnen ons bevragen over de wijze waarop we omgaan met de verhouding tussen de thuissituatie en schoolse context. 

  • Welke kansen en uitdagingen zien we voor concrete situaties van de eigen school? Waar zijn er mogelijke spanningen en hoe gaan we daar als school/leerkracht mee om?

<<Terug naar doorsnede competentiemodel

1VERKLARINGEN VAN HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE, Gravissimum Educationis. Over de christelijke opvoeding, Rome, 1965.
2CONGREGATIE VOOR DE KATHOLIEKE OPVOEDING, The Catholic school on the threshold of the third Millennium, Rome, 1997.
3Zie bvb. CONGREGATIE VOOR DE KATHOLIEKE OPVOEDING, Gravissimum Educationis, Rome, 1965, 3: ‘”Daar de ouders de kinderen het leven hebben geschonken, hebben zij de zeer zware verplichting ze op te voeden; ze moeten derhalve worden erkend als hun eerste en voornaamste opvoeders. Deze opvoedingsplicht is zo belangrijk, dat ze moeilijk kan worden vervangen, als ze ontbreekt.”
4Zie bvb. CONGREGATIE VOOR DE KATHOLIEKE OPVOEDING, Religious Dimension of Education in a Catholic School, Rome, 1948, 42. “Het partnerschap tussen een katholieke school en de gezinnen van de leerlingen moet voortgezet worden en verstevigd: niet alleen om eventuele studieproblemen op te lossen, maar meer nog om de educatieve doelen van school te bereiken.”