Bijbelse en theologische bronnen

De hele joods-christelijke traditie is gebaseerd op het geloof dat God zich op bijzondere wijze laat kennen in de Schriften. De bijbel is een oud en vreemd boek, dat samengesteld is uit verschillende genres teksten uit diverse tijden. Het is Gods Woord, geschreven in de taal van mensen die door de eeuwen heen God in de geschiedenis op het spoor zijn gekomen. Bijbelse verhalen zijn geen journalistenverslagen, maar de neerslag van de geloofservaringen van mensen. De verhalen werden verrijkt en verdiept door nieuwe ervaringen waarin Gods stem weer opnieuw werd herkend. De bijbel is een normatief referentiepunt voor alle gelovigen die willen nadenken over God, over de mens en de wereld.

Enkele voorbeelden:

Doorheen de bijbelse geschiedenis klinkt het als een steeds terugkerend refrein: God wil mensen verzamelen, samenbrengen uit de verstrooiing, uit de ballingschap, uit onderlinge verdeeldheid. Hij brengt hen samen tot een gemeenschap om te leven in eenheid met Hem en met elkaar 1

  • Op welke wijze kan een spiritualiteit van de gemeenschap een school inspireren tot het vormen van een pedagogische gemeenschap rond een gedeeld pedagogisch project? 
  • Wat kunnen Paulus’ woorden over de ‘verscheidenheid van gaven tot opbouw van het geheel’ (1 Kor 12) zeggen over de manier waarop leerkrachten binnen die gemeenschap met elkaar omgaan?

De bijbelse voorstelling van gemeenschap neemt aan dat het soms nodig is om de andere op zijn verantwoordelijkheid te wijzen -niet om te bekritiseren of om af te breken, maar uit oprechte zorg- net zoals elkeen bereid moet zijn om zich door de andere te laten gezeggen 2. Op analoge wijze zou men kunnen zeggen dat het niet enkel de directeur moet zijn die vanuit het opvoedingsproject aan een leerkracht op een klassenraad zegt ‘zo spreek je niet over een leerling!’ Leerkrachten kunnen elkaar ook appelleren om trouw te zijn aan het opvoedingsproject waarvoor ze zich geëngageerd hebben.

  • Weten leerkrachten zich ook verantwoordelijk voor elkaars (professioneel) functioneren? Is er een cultuur van openheid en feedback waarbij men ook elkaar durft bevragen?

Gods grootste zorg, zo vertelt ons de Schrift, gaat uit naar de meest kwetsbare mensen. Vanuit deze inspiratie zal ook een katholieke school bijzondere aandacht besteden aan die kinderen en jongeren die om diverse redenen kwetsbaar in het leven staan. 

  • Hebben we als leerkracht voldoende oog voor deze verschillende vormen van kwetsbaarheid? Wat doen we concreet voor deze leerlingen? 
  • Hebben we ook voldoende oog voor collega’s met moeilijkheden?

<<Terug naar doorsnede competentiemodel

1 Zie hiervoor bv. LOFHINK G., Heeft God de Kerk nodig? Over de theologie van het volk van God, Carmelitana, Gent, 2001.
2 De evangelist Mattheüs verhaalt waarschijnlijk over zijn eigen kerk-ervaring wanneer hij Jezus laat zeggen: “Als één van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden.” (Matt 18, 15). Paulus spoort de gemeenschap aan: “Onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid” ( Kol 3,16). In de kerkelijke traditie (en in de kloosters) groeide de praktijk van de ‘broederlijke vermaning’.