Gevolgen van het onderscheid tussen 'know-how' en 'know why'

Als we vanuit dit perspectief kijken naar een katholieke school, dan heeft dit  enkele gevolgen voor het denken over de ‘katholieke identiteit’:

  • We kunnen niet langer terugvallen op het vaak gehoorde verhaal dat de eigenheid van een katholieke school berust op de zogenaamde ‘christelijke waarden’. Noem ze maar op: gastvrijheid, respect, liefde, solidariteit... Je kan immers uiteraard ook zonder problemen vanuit andere (religieuze of niet-religieuze) referentiekaders aan dezelfde waarden werken. Er bestaan geen unieke ‘christelijk / katholieke waarden’ … het zijn immers ‘algemeen
    menselijke waarden’ die in een katholieke school voortkomen uit een specifieke geloofstraditie. Katholieke scholen hebben daar zeker geen patent op.
    Gelukkig maar. Integendeel, ze worden uitgenodigd om de ‘waarden en normen’ die ze vooropstellen, altijd weer te gaan terugkoppelen naar ‘de bron’.

 

  • Misschien werd er in het verleden gemakkelijk verondersteld dat het pedagogische handelen van de leerkracht wel automatisch zou voortvloeien uit het katholieke referentiekader dat toch ‘min of meer’ door iedereen werd gedeeld. Nu in de huidige tijd het religieuze referentiekader niet meer vanzelfsprekend
    is, staan katholieke scholen voor de uitdaging om te (her)ontdekken wat de pedagogische rijkdom van de katholieke inspiratie is de vertaling van ‘de inspiratie’ naar ‘het pedagogisch handelen’ is niet gemakkelijk. Er is veel nood aan inhoudelijke kennis en vorming, zowel bij leerkrachten als bij schoolbesturen en directies. Zo’n pedagogische vertaling mag zeker meer zijn dan enkel een vrij vaag omschreven ‘leerlinggericht’ karakter.

 

  • Een helder onderscheid tussen ‘know how’ en ‘know why’ maakt mogelijk dat leerkrachten niet langer worden aangesproken op het niveau van het religieuze referentiekader maar op het niveau van hun professionele, pedagogisch handelen. Dat betekent dat leerkrachten niet worden gevraagd of ze als persoon passen binnen het katholieke referentiekader (d.w.z. of ze dus wel gelovig zijn, regelmatig naar de eucharistie gaan, …) maar de centrale vraag wordt of ze bekwaam en bereid zijn hun professionele handelen, hun lesgeven en opvoeden, af te stemmen op de waarden, pedagogische doelen en handelingen die geïnspireerd zijn vanuit de katholieke geloofstraditie. 

 Lees meer